Bij een voorzetgevel of gordijngevel (ook wel gevel met ventilatiespouw), bevindt zich op de muren een stabiele constructie van latwerk. Op dit latwerk wordt dan een bekleding van hout, shingles of vezelcementplaten bevestigd. De isolatielaag wordt zo aangebracht in het latwerk, dat er een minstens 2 cm brede ventilatiespouw tot de gordijngevel overblijft.
Zo kan hel vocht verdampen. Vooral bij de renovatie van oude huizen heeft deze isolatieconstructie belangrijke voordelen: oneffenheden in de oude gevel zijn makkelijk te overbruggen en veel werkzaamheden kunnen door de doe-het-zelver gedaan worden.
Er hoeft niet altijd gelijk een hele gevel compleet geïsoleerd te worden - wat een heel groot voordeel is. B.v. als bij oudere huizen het dak gerenoveerd wordt en alleen de topgevel een nieuwe buitenisolatie moet krijgen. Als nadeel geldt, dat de isolerende werking niet zo heel effectief is in vergelijking met b.v. de integrale gevelisolatie, en er bestaat ook hel gevaar van warmtebruggen. Bij isolatie achteraf verandert het buitenaanzicht van het huis in belangrijke mate. Met de architectonische aspecten daarvan moet daarom al bij de planning rekening worden gehouden.





